Steenmarters

SteenmarterHoe een steenmarter herkennen

De steenmarter, in de volksmond doorgaans 'fluwijn' genoemd, behoort tot de groep van inheemse kleine roofdieren. Een volwassen steenmarter heeft zowat het formaat van een slanke huiskat, met een dikke pluizige staart. Het lichaam is globaal beige tot lichtbruin, de poten en de staart zijn donkerbruin. Het dier heeft een opvallend witte keelvlek, die gevorkt doorloopt naar beide voorpoten. Naast de steenmarter is er ook de boommarter, een soort die er heel nauw mee verwant is.

In tegenstelling tot de boommarter, die in Vlaanderen uiterst zeldzaam is, komt de steenmarter veel meer voor. Steenmarters hebben de gewoonte hun intrek te nemen in gebouwen, vooral op zolders en in schuren. Hierdoor veroorzaken ze soms nachtlawaai, geurhinder (uitwerpselen, prooiresten) en beschadiging (dakisolatie, motorkapisolatie of bougiekabels van voertuigen).

Steenmarters zijn echter ongevaarlijk voor de mens: zij zullen nooit spontaan aanvallen, maar integendeel, vluchten zo snel mogelijk weg. Het doden van kleinvee kan opgelost worden door de huisvesting van de dieren aan te passen en vooral 's nachts beter te beveiligen. Gezien de marters inderdaad bijna uitsluitend 's nachts actief zijn, is het roven van eieren makkelijk te voorkomen door deze gewoon tijdig te verzamelen.

Biotoop

Steenmarters vertonen, zoals de meeste roofdieren, een sterk territoriaal gedrag. Dit betekent dat zij een stuk van het landschap als het hunne beschouwen en agressief gaan verdedigen tegen vreemde soortgenoten. Zo'n territorium kan algauw een oppervlakte hebben van enige honderden hectaren en wordt in de regel bezet door één mannetje en één of enkele wijfjes. Er is jaarlijks één nest in het voorjaar. Vanaf het najaar moeten de jongen het ouderlijk gebied verlaten, en elk voor zich, op zoek gaan naar een eigen territorium.

Gevestigde territoriumhouders hebben binnen hun leefgebied meerdere schuilplaatsen – vaak gebouwen, maar ook holle bomen, houtstapels, dichte struwelen … – die ze afwisselend voor korte of langere periodes benutten. Worden ze op of in zo'n schuilplaats verstoord, dan zullen zij die steevast een hele tijd niet meer gebruiken. De blijvende aanwezigheid van gevestigde territoriumhoudende steenmarters is de beste garantie dat er zich, binnen de kortste keren, geen nieuwe dieren in hetzelfde gebied gaan vestigen.

Vanaf het najaar gaan jonge dieren actief op zoek naar een 'leeg' gebied. Een 'goed' gebied dat werd leeggemaakt, zal als eerste opnieuw worden ingevuld. Marters hebben immers speciale kliertjes op hun teen- en voetkussentjes waarmee ze continu een geurspoor aanmaken. Deze geursporen leiden de nieuwe marters 'blindelings' naar de bestaande schuilplaatsen, en het probleem stelt zich opnieuw.

Gevestigde steenmarters kennen de 'gevaarlijke' schuilplaatsen (daar waar ze actief werden verstoord) en zullen deze daarom vermijden. Omdat ze binnen hun gebied steeds keuze hebben tussen meerdere schuilplaatsen, stelt dit voor hen geen probleem.

Hoe steenmarters verjagen? 

Zorg voor het behoud van gevestigde territoriumhouders (m.a.w. verwijder of dood de dieren niet – het is trouwens verboden), maar maak deze bang van de plaatsen waar ze ongewenst zijn. Dit 'bang maken' kan zijn: zelf doordringen op de plaatsen waar de dieren zich vermoedelijk ophouden en daar dan letterlijk een tiental minuten met potten en pannen rammelen, veelvuldig met een stok op bv. balken slaan, de 'inrichting' (interieur) grondig veranderen (materiaal verplaatsen), een transistorradio luid laten spelen en dit bij voorkeur in de late namiddag of vroege valavond. Dit eventueel enkele dagen na elkaar herhalen.

Andere tips bestaan in het plaatsen van (zeer dure) elektronica om ultrasone geluiden te produceren, of in het aanbrengen van kwalijke geurstof (marterspray) met een spuitbus. 

Contact