Geschiedenis van de Grote Markt

De Tiense Grote Markt heeft al een flinke geschiedenis met mooie verhalen achter de rug. Ontdek hieronder de boeiende ontstaansgeschiedenis van dit imposante plein!

Van Dries tot Grote Markt

De Dries

Situering van de Grote MarktDe Grote Markt was oorspronkelijk een drassige weide met een grote poel die gevoed werd door verschillende bronnen. Deze weide of ‘dries’ lag buiten de middeleeuwse stadskern die zich op de St.-Germanusheuvel bevond. Steeds meer mensen gingen hier wonen.

De stad breidt uit

Rond 1194 bouwde men een nieuwe stadsmuur ter hoogte van de huidige Oude Vestenstraat. Hierdoor kwam de nieuwe wijk rond de Dries binnen de stadskern te liggen.

Tweede grootste marktplein van België

In de loop van de daaropvolgende eeuwen werd een deel van de poel drooggelegd. De ruimte die hierdoor vrijkwam werd als marktplaats gebruikt. Toeristische brochures noemen dit plein het tweede grootste marktplein van België, een bewering die door de St.-Truidenaren met vuur betwist wordt.

De verfraaiing van de stad

Een imposant marktplein dat haar gelijke niet kent

Het grote centrale marktplein maakte in de loop der eeuwen indruk op de talrijke hoge en beroemde gasten die de stad bezochten. Slechts enkele huizen tonen hoe het marktplein er in de 17de en 18de eeuw moet uitgezien hebben. De meeste oude gebouwen verdwenen in de (ver)bouwwoede van de 19de en de 20ste eeuw.

Leven op de Grote Markt

Een nieuw stadsbeeld

In de loop van de 19de eeuw werd een nieuw stadsbeeld geboren. Het overwegend neoklassieke uiterlijk van de Grote Markt heeft de stad voornamelijk te danken aan twee stadsarchitecten die de toepassing van de principes van deze bouwstijl hoog in het vaandel voerden.

Hotel 'De Tinnen Schotel'

De Tinnen SchotelDe vroeg-19de-eeuwse verbouwingen van het voormalige stadshotel ‘De Tinnen Schotel’, vonden plaats onder de supervisie van stadsarchitect Philippe Robbiets. Hij maakte gebruik van de Lodewijk XVI-stijl. Het gebouw werd vrij recent gerestaureerd en herbergt de afdeling podiumkunsten van de Academie Regio Tienen.

Corps de garde en vredegerecht

In 1846 realiseerde stadsarchitect François Drossaert de verbouwingen van het ‘corps de garde’ op de Grote Markt. Hier bevond zich vanouds een wachthuis van de stadswachten. Later kwam hier ook het nieuwe vredegerecht van het kanton bij. De gevel werd opgetrokken in een zeer sobere neoklassieke stijl.

Het Toreke

In 1848 werd de bouw van de achtergelegen nieuwe stadsgevangenis uitgevoerd. Hier bracht stadsarchitect Drossaert een aantal neostijlen samen waarmee hij leek te verwijzen naar het rijke verleden van de stad.

Van Haspoel tot Heldensquare

Mariagrot

Een heilige plaats

In de loop van 13de eeuw werd besloten om de  grote poel gedeeltelijk te dempen. Wat nog overbleef werd de ‘Haspoel’ of ‘Aspoel’ genoemd. Deze poel werd gevoed door drie bronnen. De enige resterende bron bevindt zich in het huidige Mariagrotje.

De pomp

Bij het begin van de 18de eeuw besloot het stadsbestuur om de Haspoel te overwelven. Aan weerszijde van de kerk zouden pompen komen die het watertekort moesten opvangen.  Eén van de pompen droeg een monumentaal beeld van O.-L.-Vrouw met kind. 

De kiosk 'onder de bumkes'

Na het overwelven van de vroegere Haspoel ontstond een pleintje. In 1871 plantte men hier kastanjebomen. Tussen de bomen stond een fraaie kiosk waar regelmatig openluchtconcerten gegeven werden.

De kiosk

Groene Jef

Ter gelegenheid van de viering van 75 jaar Belgische onafhankelijkheid bestelde de stad bij de beroemde Antwerpse beeldhouwer Jef Lambeaux een imposant bronzen beeld. Na verloop van tijd kreeg het brons een groene patina. Dit leverde de bijnaam ‘de groene’ of ‘groene Jef’ op. De patina werd recent verwijderd waardoor Jef niet langer groen is.

Het Heldensquare

In 1951 moesten de kiosk en enkele ‘boomkes’ plaats ruimen voor de oprichting van het monument ter ere van de oorlogsslachtoffers van 1830, 1914-1918 en 1940-1845. Sinds toen draagt het plein de naam ‘Heldensquare’.

De Onze-Lieve-Vrouw-ten-Poelkerk

Een plaats van devotie

Naast de poel werd in de 13de eeuw een kapel gebouwd. Het imposante gebouw was aanvankelijk een bedevaartkapel. Pas in 1802 zou het de status van parochiekerk verwerven.  

Een kapel met een verhaal

De kerkstichting werd opgehangen aan een verhaal dat zich afspeelde in het begin van de 11de eeuw en dat te herleiden is tot de gruwelijke moord op een zekere Diederik, een geleerde en zeer devote geestelijke uit Kampen in Overijsel. Bij de bouw van de kapel werden zijn stoffelijke resten teruggevonden. Op deze plaats ontsprongen ook drie bronnen met helende krachten.

De wieg van de Brabantse hooggotiek

Voor de bouw van de kapel werden kosten nog moeite gespaard en werden de belangrijkste bouwmeesters aangetrokken. Het oorspronkelijke ontwerp zou een groot deel van het plein innemen. Omwille van moeilijkheden met de drassige ondergrond en financiële tekorten werd dit nooit uitgevoerd.

De Kalkmarkt

Het vrijthofHet vrijthof van Onze-Lieve-Vrouw

Tussen de Nieuwstraat en de Grote Markt lag het kerkhof van Onze-Lieve-Vrouw ten Poel. Het kerkhof of ‘vrijthof’ werd omgeven door een lemen muur. Het verdween in de 18de eeuw en de grond werd verkocht aan het stadsbestuur die er een marktplaats van maakte.

Huisjes

Oorspronkelijk stroomde hier de noordelijke arm van de Mene. Dit riviertje was in de 11de eeuw vergraven als gracht van de eerste stads­omheining. In de loop van de eeuwen werd de gracht overwelfd en werden op deze plaats huizen gebouwd. Ook tegen de muren van de kerk waren vroeger huizen geplakt. Deze zijn nu verdwenen. De huidige sacristie werd pas in de 19de eeuw bijgebouwd.

De vliegende madam

Heldenhulde op de Kalkmarkt

Op 27 mei 1923 werd hier een monument ter ere van de Tiense gesneuvelden en de overleden weggevoerden van de Eerste Wereldoorlog ingehuldigd.  Het beeld was een ontwerp van Egide Rombaux en stelt Nikè, de Griekse godin van de overwinning, voor. In de volksmond kreeg zij verschillende bijnamen. De ‘vliegende madam’ is de meest courante.

 

Gevel van het stadhuis

Het stadhuis

Huis van Immens

Na de ramp van 1635, waarbij het stadhuis op de Veemarkt afbrandde en herstellingswerken uitbleven, besloot het stads­bestuur om te verhuizen. Eind 1711 kocht men voor dit doel het huis aan de Dries dat eigendom was van de erfgenamen Immens. Het ‘Huis van Nihoul’, aan de linkerzijde, werd op het einde van de 19de eeuw aangekocht en in 1916 verbouwd tot kantoorruimte.

‘La magnifique façade qui fera l’admiration de l’étranger’

In 1836 transformeerde stadsarchitect François Drossaert de gevel van het oude huis. Het werd een neoklassieke constructie bestaande uit zes massieve Korinthische zuilen en een zware kroonlijst.

De ster is een windroos

In 1810 besliste het stadsbestuur om de Grote Markt te plaveien. Op dat ogenblik werd ook de legendarische ‘ster’ in witte Gobertangesteen aangelegd. Het verhaal gaat dat zij de plaats markeert waar de vrijheidsbomen gepland werden en de terechtstellingen plaatsvonden. In werkelijkheid is het een windroos.

De Varkensmarkt

VarkensmarktEen brug tussen oud en nieuw

Op de hoek van de Peperstraat en de Grote Markt bevond zich de ‘Schaapsbrug’. Het was een brug over de   noordelijke arm van de Mene. Aan de overzijde lag de middeleeuwse kern van Tienen.

Het nieuwe stadhuis

Begin 20ste eeuw bevond zich hier de ijzerhandel van Delacroix. In de jaren zeventig van de 20ste eeuw kocht het stadbestuur dit pand voor de uitbreiding van de stadsadministratie. In 1979 werd de ingang van het nieuwe stadhuis ingehuldigd.

La Concorde

In het verlengde van het plein, op de Grote Markt, bevond zich het gebouw van de bijzondere maatschappij La Concorde of de ‘Eendracht’. Dit vormde in de 19de eeuw de verzamelplaats van de Tiense  burgerij. Het prachtige gebouw in neoklassieke stijl werd gesloopt.